Nieuwe reconstructie
Posted On 23/07/2010 at 09:05 in Eigen werk, Techniek
eerder gepubliceerd op 24 augustus 2009
Nu geen (officieel) werk, maar iets wat ik gemaakt heb naar aanleiding van een project van 4 jaar geleden. Hoewel mijn werk laatste paar jaar vooral erg technisch is -ik wordt er veel voor gevraagd en er zit meer geld in dan in de andere vakgebieden waar mijn hart ligt- blijf ik belangstelling houden voor biologie en aanverwante vakgebieden. Vooral paleoantropologie vind ik bijzonder interessant.
Mijn eerste officiƫle werk daarin was het reconstrueren van Homo floresiensis naar aanleiding van een aanname die Gert van den Bergh had geopperd. Van den Bergh is een Nederlandse paleontoloog die op het eiland Flores, de vindplaats van Homo floresiensis, voornamelijk bezig was met de verdere aanwezige paleontologische fauna: mini-olifanten en reuzenratten. De link hierboven verwijst naar het persbericht dat er naar aanleiding van de publicatie is gemaakt.
Het maken van die reconstructie was een hels karwei. Niet zo zeer om de reconstructie zelf als wel de hoeveelheid tijd die ik had: twee weken. Ik heb er toen dag en nacht aan gewerkt met als resultaat een niet bijzonder mooie plaat, maar wel eentje die liet zien waar het om ging. Het idee wat Van den Bergh opperde was zo controversieel dat er vanuit zijn collega’s voornamelijk afkeurend op werd gereageerd. Het verhaal is echter, met mijn reconstructies, wel de hele wereld over geweest.
Eerder was al een reconstructie gemaakt door Peter Schouten voor National Geographic en dat is tegenwoordig de meest bekende reconstructie van Homo floresiensis. Deze reconstructie laat in feite een (klein) mens zien met het hoofd (een beetje) aangepast aan de gevonden schedel. Het is een reconstructie die tot de verbeelding spreekt, maar het is ook al een tijdje duidelijk dat hij niet correct is.
Nu is het maken van een reconstructie zonder de fysieke botten erg moeilijk. In 2005 moest ik de reconstructie maken aan de hand van foto’s die ik van Van den Bergh kreeg en het interview dat ik met hem had. Dat was veel meer dan dat er toen nog verder in de openbaarheid te vinden was, maar nog steeds erg moeilijk. Opvallend is wel dat mijn reconstructie en eentje die in 3d werd gemaakt door Elisabeth Daynes aan de hand van de schedel van LB1, wel redelijk op elkaar lijken. Dat zit hem voornamelijk in de schedel. Met de reconstructie van de rest van het lijf ben ik het niet eens, maar ook dat is natuurlijk een kwestie van interpretatie. Ook heeft Daynes haar reconstructie een menselijke neus gegeven, terwijl de LB1 schedel een dusdanige vorm heeft dat er van een uitstekende neus met een neusbrug zoals wij hem hebben, geen sprake was. Dan is de reconstructie van Schouten realistischer (qua neus dan, de hoogte van het schedeldak is duidelijk te groot). Beide reconstructies laten een heel erg petit lijf zien met kleine handen en voeten.
Ondertussen zijn we vier jaar verder en er is een hoop onderzoek gedaan naar de vondsten uit de grot op Flores. Je kunt wel zeggen dat er een oorlog is gevoerd over de vraag of Homo floresiensis een ziekelijke variant van Homo sapiens was of dat het met recht een soort genoemd mag worden. Tegenwoordig is het overgrote deel van de betrokken wetenschappers het er over eens dat Homo floresiensis niet alleen een echte soort was, maar naar alle waarschijnlijkheid veel verder van de huidige mens af staat dan dat men eerder aannam.

Nieuwe reconstructie Homo floresiensis.
Het blijkt namelijk dat Homo floresiensis op een aantal punten veel primitiever is dan dat we in eerste instantie dachten. Zo primitief dat Homo floresiensis eerder een directe afstammeling lijkt van Australopithecus afarensis, Lucy, dan van Homo erectus, wat eerder werd verondersteld. Maar ook daarover zijn op dit moment felle discussies gaande (de positie van Homo floresiensis ten opzichte van Australopithecus afarensis, niet dat Homo erectus als voorouder afvalt).
Die opvallende kenmerken zitten voornamelijk in de ledematen. De handwortelbeentjes lijken bijvoorbeeld veel meer op die van mensapen en Australopithecus afarensis dan op die van de mens. En dit is een belangrijk kenmerk. Mensenhanden zijn bij uitstek geschikt om gereedschappen mee te maken, onze duim kan zich heel makkelijk ten opzichte van de andere vingers bewegen en de basis van onze hand is relatief breed waardoor de vingers met een grote precisie kunnen worden gebruikt. Hoewel mensapen best wel veel met hun handen kunnen, ook gereedschappen maken bijvoorbeeld, zit er vooral daar een duidelijk verschil. Dat is ook van de buitenkant te zien: mensen handen zijn relatief korter en breder met een lange duim.
Het tweede opvallende kenmerk zit hem in Homo floresiensis‘ voeten. Die blijken, wat een toeval, heel erg groot te zijn. De lengte van de voeten is 70% die van het bot van het dijbeen, daar moet je bij mensen niet om komen. Homo floresiensis kan dus met recht Hobbit worden genoemd! Overigens is de grote teen opvallend kort en hebben de rest van de tenen een duidelijk afwijkende vorm.
Het laatste opvallende kenmerk is de schouderpartij. De draaiing van de bovenkant van het bot van de bovenarm was overigens de aanleiding voor de stelling van Van den Bergh: die was zoveel kleiner dan bij de moderne mens, dat het onwaarschijnlijk leek dat Homo floresiensis net zoveel bewegingsmogelijkheden met zijn armen had als dat wij dat hebben. Over de tijd is er nog veel meer bekend geworden over de schouderpartij. Zo blijkt dat ook de schouderbladen en de sleutelbeenderen een totaal andere vorm hebben dan dat wij gewend zijn. Met als gevolg dat de schouders veel ronder waren dan bij ons, waardoor je het gevoel kreeg naar een veel gespierdere schouderpartij te kijken. De schouderbladen bevonden zich veel meer aan de zijkant van de ribbenkas in plaats, zoals bij ons, op de rug. Al met al vind ik het daarom nog steeds niet raar dat Van den Bergh met zijn stelling kwam. Afgaand echter op de heupbeenderen van Homo floresiensis, die heel duidelijk laten zien dat hij in ieder geval rechtop kon lopen (maar dat kon Australopithecus afarensis ook al), zal dat echter niet zijn normale doen zijn geweest.

Schouderpartijen. A. Homo erectus. B. Homo floresiensis. C. Homo sapiens
Nog even terugkomend op de meest voorkomende manier om Homo floresiensis af te beelden: als een heel fragiel wezen. De botten spreken dat tegen. Homo floresiensis was duidelijk robuust gebouwd voor zijn lengte, met een brede ribbenkas en ronde vormen. Naar alle waarschijnlijkheid had hij een duidelijke grote buik, de darmen moeten ergens heen en leek de spieropbouw meer op die van mensapen dan op die van de mens. Als je naar chimpansees kijkt zie je dat ze bijvoorbeeld forse dijbeenspieren hebben, maar vrijwel geen kuiten. Doordat Homo floresiensis wel erg grote voeten had zullen die kuitspieren er wel geweest zijn, maar dus ook die dijbeenspieren.
3d model Homo floresiensis.
In ieder geval, dit zijn mijn overwegingen geweest om een nieuwe reconstructie te maken van Homo floresiensis. Nu die reconstructie af is, zie ik dat er nog een aantal dingen zijn die ik zou willen verbeteren: zo staan de ogen bijvoorbeeld te ver uit elkaar en zijn de wangen misschien niet rond genoeg en ik denk dat ik de armen iets dichter tegen het lijf moet maken, maar aan de hand van de onderzoeken van de laatste jaren is dit grofweg waar ik op uitkom. En het ziet er al een stuk beter uit dan die eerste keer!
Zoals alles in de paleontologie, is dit een beredeneerde schatting. Ik zeg dus niet dat ik gelijk heb, maar dat dit is zoals ik het nu zie. En naar alle waarschijnlijkheid kijk ik er over weer vier jaar heel anders tegenaan, maar dat is het leuke van het vak.
You can leave a response, or trackback from your own site.
